Columns over maatschappij, milieu, opvoeding, politiek, rechtspraak, relaties, religies en wetenschap
Tja, nu kom ik aan de grondwettelijke vrijheden en dat is riskant. Maar ik kan me nauwelijks voorstellen dat de grondwettelijke vrijheid om je mening te mogen uiten synoniem is aan belediging van de medemens, wat voor mens hij/zij ook is. Ik ben het niet eens met de islam, dat zal menig lezer duidelijk zijn. Om de profeet die zoveel mensen kennelijk dierbaar is te vergelijken met een onrein dier in de ogen van de islam kun je nauwelijks meer onder de term van “vrijheid van meningsuiting” brengen. Dan is sprake van bewust iemand willen kwetsen, gewoon een stuk onfatsoen en dat mag je – wat mij betreft – rustig bestraffen.

In Alkmaar wordt de eerste scheidingsschool geopend om mensen te leren hoe ze op een nette manier uit elkaar gaan zodat de kinderen daar het minste last van hebben. Prachtig, maar zou het geen idee zijn om eerst eens te starten met een huwelijksschool, zodat de mensen leren hoe je een goed huwelijk kunt krijgen. Daar hebben de kinderen volgens mij het meeste aan. Investeren in een goede relatie lijkt mij veruit te verkiezen boven het investeren in een zo goed mogelijke afloop van een mislukte relatie.
Ik ben nog nooit voor staken geweest, hoewel het me wel eens een verplichte “thuiswerkdag” heeft opgeleverd. Het staken wordt gezien als een “recht” maar ik beschouw het als een zwaktebod. Ik krijg mijn zin niet, dus ga ik de tegenpartij maar onder druk zetten. Natuurlijk wordt me dan voor de voeten geworpen dat de “bazen” het ernaar maken door zo’n karig loon te betalen.
Slank, slanker, slankst, of te wel een graatmager model, waarbij je moet oppassen dat ze niet van de weg waaien bij het minste of geringste zuchtje wind. Dat is in, hip, het ideaal van de vrouw. Hopelijk niet van de man, alhoewel, je zou het haast denken. Want waarom doen vrouwen zo wanhopig hun best om er graatmager uitzien, met een bolle ogen, van een vis op steeltjes? Gezond? Nou, denk het niet.
Hoe ze het voor elkaar krijgen, is mij een raadsel. Telkens als men aan een collectieve verontwaardiging van Nederland uiting geeft, weet Justitie daar de eerste viool te spelen. De beruchte tasjesdiefkwestie. Een trieste afloop voor iemand die het niet zo nauw heeft genomen met het mijn en dijn.
De politie, die je beste vriend wil zijn, is aan het staken. En ze houden publieksvriendelijke acties, waarbij ze geen bonnen uitschrijven voor overtredingen die de maatschappij geen gevaar opleveren. Ik heb altijd al gedacht dat ze veel te ijverig zijn met onbelangrijke dingen. Dat er talloze regeltjes zijn die alleen maar in het leven zijng geroepen om makkelijk aan geld te komen. Is wel makkelijk, burgertje pesten met het uitschrijven van bonnen voor overtredingen die er niet toe doen, maar alleen omdat de doelstellingen gehaald worden.
De hoeksteen van de maatschappij is ook niet alles meer, nu de relaties een kind van deze tijd zijn geworden, althans dat stelt een politicoloog in het boek “Liefde à la carte”. Vrij vertaald: Liefde als ik er zin in heb… Tegenwoordig heb je geen zin meer in de liefde. Je verlaat je huis en haard, vrouw en kinderen (anderen kunnen ook weggaan, natuurlijk). Tja, en daar sta je dan. Ben je plotseling tweedehands geworden als vader.
Een hoogleraar van een feministische leerstoel heeft onlangs wetenschappelijk onderzocht dat thuisblijvende moeders hun kinderen zeker niet gelukkiger maken dan werkende moeders. Deze hooggeleerde dame moest natuurlijk voor haar eigen baan een sluitende onderbouwing hebben. Immers, elke moeder wil graag het predikaat hebben dat zij een “goede” moeder is. Dus doe je het wetenschappelijk want dan is het draagvlak het grootst.
Iemand poneerde onlangs een stelling dat zij levenservaring heeft om anderen te helpen. En dat nadat zij een echtscheiding achter de rug had, niet zo jong een kind had gekregen en weer een nieuwe relatie had opgebouwd. Jammer, dat heb ik allemaal gemist, dus met mijn levenservaring is het droevig gesteld.
Twee rechters in Nederland hebben recht gesproken, maar de uitkomst is zo haaks op elkaar als het maar haaks kan zijn. De ene rechter zegt dat het woord “homo” geen scheldwoord is. Oom agent moet er maar tegen kunnen dat ze dat tegen hem zeggen. De andere rechter vindt het wel een scheldwoord. Tja, wat is nu recht?